Begrippenlijst
Certificaat:
Een officieel document dat aantoont dat iemand een bepaalde cursus, training of toets met succes heeft afgerond. Een certificaat heeft vaak een beperkte erkenning en is meestal geen volwaardig diploma. Bij veel certificaten kan als tijdens de geldigheid van het certificaat niet voldaan wordt aan de ‘competenties en vaardigheden’ van het certificaat deze ingetrokken worden. Met name populair noodzakelijk ten behoeve van verzekeringsmogelijkheden voor grote opdrachten bij certificaten op gebied van speciale deskundigheden of veiligheidsaspecten.
Diploma:
Een officieel document dat wordt uitgereikt na het succesvol afronden van een volledige opleiding. De erkenning is vaak van formele zijde, bijvoorbeeld onder supervisie van (de Inspectie van) het Ministerie van Onderwijs.
Een diploma heeft doorgaans meer waarde dan een certificaat en kan toegang geven tot vervolgopleidingen of betere carrièremogelijkheden.
EVC (Erkenning van Verworven Competenties):
Een procedure waarmee je jouw eerder opgedane kennis, vaardigheden en werkervaring kunt laten beoordelen en erkennen. Dit kan leiden tot een officieel certificaat of een verkort opleidingstraject. Toetsing en beoordeling vindt vaak plaats via overleggen van verklaringen van derden, aantonen van vaardigheden, al of niet praktisch, via een criterium gericht interview.
Examen:
Het begrip examen heeft vier betekenissen waarbij uit de context blijkt welke betekenis van toepassing is:
- Het geheel aan toetsen/tentamens/examens die een kandidaat uitvoert om zijn kennis, vaardigheden en competenties aan te tonen;
- Een onderdeel of exameneenheid; onderdeel van het examenplan waarvan de uitslag meetelt voor het behalen van een diploma of certificaat;
- Het exameninstrument; het geheel van producten/documenten dat de examenconstructeur opstelt, een examenvaststeller beoordeelt, een examencommissie stelt vast en een examinator afneemt (examenmatrijs, opdracht, correctievoorschrift/ antwoordmodel, beoordelaarsinstructie, cesuur);
- De examenafname.
Examenbeleid:
Is een samenhangend geheel van maatregelen en voorzieningen om de kwaliteit van de examinering te realiseren, te bewaken en te bevorderen.
Exameneisen:
Weergave van het vereiste niveau van kennis, vaardigheden en competenties voor het behalen van een diploma.
Examenreferentiekader:
Het document waarin de exameneisen beschreven staan, heeft afhankelijk van de onderwijssector verschillende benamingen zoals beroepscompetenties, eindtermen, examenprogramma, kwalificatiedossier.
Examenlocatie:
Een ruimte of omgeving waar een examenafname plaatsvindt. De ruimte moet voldoen aan de beschrijving in het examenreglement of aan de instructies behorende bij het examen.
Examenmateriaal:
Alle documenten en bestanden die rondom de afname gebruikt worden, zoals instructies voor kandidaten en examinatoren, examenopdrachten, antwoordmodellen, scorelijsten, cijferlijsten, ingeleverd examenwerk en het proces verbaal van de afname. Bij praktijkexamens kan examenwerk bestaan uit een verslag of video-opname van het examen of beroepsproducten, zoals meubel, maquette.
Examenorganisatie:
Het geheel van rollen en hun onderlinge relaties die samen verantwoordelijk zijn voor de examinering van kandidaten. De examenorganisatie kan een zelfstandige instelling zijn of een bedrijf. Vaak is de examenorganisatie een onderdeel van een grotere organisatie of instelling. Binnen het onderwijs is de examenorganisatie verweven in de onderwijsorganisatie, zoals een matrixorganisatie.
Examenplan:
Een overzicht van alle examens die een kandidaat aflegt, inclusief een beslismodel voor diplomering of certificering. Het examenplan is een uitwerking van de exameneisen. Bij het examenplan zelf of in het examenreglement is ook een tijdpad van afname(s) aangegeven. (ook wel genoemd examenprogramma of plan van toetsing en afsluiting)
Examenreglement:
Het document waarin voor alle betrokkenen de kaders voor hun handelen staan beschreven. Het is tevens het document waarop de kandidaat zich kan beroepen bij een klacht. De wetgeving (WHW, WEB) spreekt van een onderwijs- en examenreglement (OER).
Examendossier of kandidaat dossier:
NAW-gegevens, inschrijving voor examens, behaalde examenresultaten, bij het examen behorende documenten of een verwijzing naar de archivering hiervan, ingediende verzoeken en klachten en de behandeling daarvan.
Getuigschrift:
Een document dat aantoont dat iemand een opleiding heeft gevolgd, maar zonder te slagen voor het volledige examen. Het kan ook door werkgevers worden afgegeven als bewijs van werkervaring.
Vaardigheidsbewijs:
Een certificaat dat aantoont dat iemand specifieke praktische vaardigheden beheerst, vaak binnen een bepaald vakgebied (zoals lastechniek, EHBO of talen).